Succes visualiseren

Voor mijn deur staat mijn hoogbegaafde buurman, Oom Jort. Hij vertrekt zijn gezicht, alsof hij pijn heeft. “Wat scheelt eraan?” vraag ik bezorgd.

‘Tja… nou… het is evident dat tegelijkertijd roken en plassen soms een pijnlijke combinatie kan zijn. Eh… zou je mij wellicht naar het ziekenhuis kunnen rijden?”

In het ziekenhuis wordt hij redelijk snel geholpen, terwijl ik in de wachtkamer mijn tijd dood met het lezen van de krant:

Berichten uit Batavia: uit onze courant van 1922: Hedenmorgen werd een inlander overreden tusschen Piered en Bendoel, die geheel werd vermorzeld. De trein had hierdoor zesentwintig minuten vertraging.  Dat werpt de vraag op waarom de mensen toen veel meer empathie konden opbrengen voor de medemens dan tegenwoordig.

Nog een artikel: Slachtoffer steekpartij had corona. Fascinerend. Ik lees nooit:Vermoorde man had puist in zijn linker oksel.”Of: Dodelijk slachtoffer van verkeersongeluk had een geslachtsziekte.

Ik lees het nog een keer, het staat er echt. Dus reden genoeg om over te stappen op mijn favoriete opinieweekblad, de Libelle: Zin in een orgasme? Bij de G-plek rechtsaf.

Heel geestig natuurlijk, zo’n bewegwijzering. Kan je het af met een TomTom óf heb je er een afgeronde opleiding tot gynaecoloog voor nodig?

De rust in de wachtkamer wordt verstoord door twee binnenlopende vrouwen van een jaar of vijfendertig, waarvan één met een bloedende wond in het gezicht en een arm die er wat bij hangt. Ze lijdt duidelijk pijn. De andere vrouw heeft het maandblad Happinez onder haar arm. “Weet je wat ik net in de Happinez  las?” vraagt ze. “Ik las dat je je succes moet visualiseren. Wanneer je maar genoeg positief denkt aan iets wat je graag wil, zeg maar, dan krijg je dat ook.” Ze kijkt stralend naar de gewonde vrouw. “Zou bij jou ook kunnen werken. Qua pijn en genezing bedoel ik, zeg maar.”

De gewonde vrouw knikt, zegt niets. Maar ik zie haar denken; “Zal ik dat kutwijf nou eens met mijn goede arm voor haar bek rossen?”

Dan verschijnt Oom Jort weer. Zuinig mondje, moeilijk lopend. “Je kijkt of je op het punt staat euthanasie te plegen,” merk ik op. Hij knikt goedkeurend: “Nou, het is evident dat ik er tabak van heb. Het voordeel is, dat mocht ik inderdaad nog vanmiddag tot euthanasie overgaan, ik dan de resterende tijd binnen mag roken van mijn werkster.”

De Happinez-vrouw kijkt geschokt. De gewonde vrouw grijnst. Ondanks de pijn.

Ik breng Oom Jort thuis en wens hem bij het uitstappen sterkte en veel kracht bij het herstel. Ik vertel hem ook dat ik in het ziekenhuis hoorde dat hij succes moet visualiseren, qua pijn en genezing.  Oom Jort bedankt mij op zijn geheel eigen wijze: “Luister amice, ik onderga het leven vrij simpel. Ik neem het niet al te serieus. Ook pijn niet. Welbeschouwd zie ik het hele leven als niets meer dan een verkapte stervensbegeleiding. Daarom ga ik tamelijk relaxed om met mijn verwonding.”

Die woorden overdenkend, betreed ik mijn huiskamer en zie dat mijn hond kennelijk behoorlijk wat tijd heeft gestoken in het visualiseren van succes. Twee grote dampende hopen liggen als een trofee op mijn stoel te wachten.

HET STAAT OP FACEBOOK, DUS IS HET ZO!

Heel veel mensen zeggen zich niet te zullen laten inenten, als er een vaccin tegen Corona op de markt komt. Oftewel: is de halve wereld (inclusief alles wat naar farmacie ruikt) koortsachtig op zoek naar een geneesmiddel, haakt een groot deel van de bevolking af.

Redenen?
Te snel in elkaar geflanst.
Angst voor complotten.
Angst voor de bijwerkingen.
Angst voor de overheid.
Angst voor chips in het vaccin, waardoor de overheid je overal kan volgen.
Angst voor loslopende honden met een konijn op hun rug.
Angst voor verdachte mannen in jurken en vrouwen die wildplassen.
Angst voor bejaarde, figuurzagende mannen met een kunstgebit.

Kortom, angst om de angst.

Gisteren bijvoorbeeld las ik dit: ‘Zorgpersoneel dat zich straks weigert te laten vaccineren tegen corona, kan een verbod krijgen om op bepaalde afdelingen te werken. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen noemt in het AD niet inenten „onverstandig en onacceptabel”, maar een vaccinatieplicht komt er in Nederland niet.’

En de hel op sociale media breekt uiteraard weer los. De volgende reactie die ik op Facebook las, is nog mild: ‘Mooi dan hoop ik dat er zometeen géén zorgpersoneel meer is aangezien ze massaal dit experimentele vaccin gaan weigeren. Dit is m.i. dictatuur en schending van de mensenrechten!’

Als die reageerder niet tot het zorgpersoneel behoort, vraag ik mij dus af waarom hij zo reageert want er staat toch duidelijk dat er geen vaccinatieplicht komt. Je HOEFT je dus niet te laten inenten.

Het mag duidelijk zijn dat mijn 80-jarige tante (die net is opgenomen in een verzorgingshuis) een gat in de door aerosolen bezwangerde lucht springt bij elk bericht over het verplicht vaccineren van zorgpersoneel.

Fascinerend, dat intense wantrouwen richting de overheid. Fascinerend, al dat geloof in complotten. Gister hoorde ik nog iemand zeggen: “Ik ga echt geen Corona-app instaleren hoor. Ze vragen maar aan Facebook of Google waar ik heb gezeten en met wie ik contact had, die weten toch al alles.”

En het statement wat daarop volgde vond ik ook wel geestig: “En die Corona-app werkt alleen op 5G.”
“Hoe kom je daarbij? Wie zegt dat?” vroeg iemand.
“Het stond op Facebook,” antwoordde hij.

Het stond op Facebook. Dus is het zo.  Oké dan.

Mijn hoogbegaafde buurman ‘Oom Jort’ heeft een theorie over dit soort fenomenen. Hij vindt dat mensen die niet geloven in het Corona-virus (of mensen die bang zijn van een nieuw Corona-vaccin en zich niet willen laten inenten), wél geloven dat Paul McCartney dood is, dat het klimaat helemaal niet verandert, dat ufo’s via Atlantis (links naast de Bermudadriehoek) ons luchtruim infiltreren en dat melk gewoon in de fabriek wordt gemaakt. Een beetje kort door de bocht, maar toch…

“Daarom, Paco,” zei hij, “ben ik een groot voorstander van relativeren waar het maar kan. Daar word je ontspannen van. Want wat jij of wie dan ook allemaal vinden van wát dan ook; het is evident dat je gedurende dit leven er nooit zeker van kan zijn dat je lang genoeg leeft om nóg eens adem te halen. Dus relax en geniet waar het kan. Kijk het maar na op Facebook. Daar staat het, dus is het zo.”

De moeder van alle nekslagen

Het moest weer eens. De kapper. Traumatisch! Ik houd niet van kappers en dat komt omdat ik ook niet van weermannen houd. Uitgezonderd Piet Paulusma, gezien onze gezamenlijke passie voor Zeeman truien. Kappers zijn net weermannen. De godganse dag over het weer zeiken. En als ze alle depressies, hoge, lage en middelmatige drukgebieden hebben doorgenomen, beginnen ze uit stand over voetbal te filosoferen.

Ik ben nog niet aan de beurt en kijk naar een klant die door de kapper wordt uitgenodigd in de kappersstoel te gaan zitten. Het gaat hier om een geestige kapper met stand-up-comedians kwaliteiten, want hij vraagt de klant plaats te nemen in de elektrische stoel. Waarschijnlijk omdat de stoel omhoog wordt gelift zodat kapper er makkelijker bij kan.

Even later ben ik aan de beurt. Afwachtend kijkt hij mij aan, terwijl hij een soort zespersoons laken om mijn lichaam drapeert dat de haren moet opvangen. En hij wil dat ik een mondkapje opdoe.
‘Moet dit echt?,’ vraag ik.
‘Je zult het wel verdiend hebben,’ zegt hij kakelend lachend.

En dan zijn wij nog niet eens aan het weer toegekomen. Waarom heb ik die schriftelijke do-it-your-self-knipcursus ook niet gevolgd?
Dan komt de vraag waar ik al jaren tegenop zie. De vraag die niet te voorkomen is. De vraag die je, op het moment dat hij voor het eerst wordt gesteld, doet beseffen dat je ouder wordt: “Zullen we de wenkbrauwen meteen maar even ruimen?”

Zo maar uit het niets en zonder enige voorbereiding word ik met deze pijnlijke vraag geconfronteerd.
En hij zegt het natuurlijk niet zachtjes. Luid en duidelijk en voor iedereen verstaanbaar. Zie ik de man daar links gniffelen? En de vrouw die al een uur te lang onder de droogkap zit en waar een stank vandaan komt, die doet denken aan verbrand konijnenhaar? Zag ik haar gluiperig lachen? Of is het gewoon een grimas omdat haar hoofd op het punt staat in de fik te vliegen?

Traumatisch dus. Is dat erg? Ja! Dat is erg. Dat is verschrikkelijk! Dat is onomkeerbaar!
Kan het nog erger?
Ja! Bijna niet te geloven, maar dat kan, ja.
Want nog erger wordt het als hij de finale vraag selt. De ultieme levensvraag. De nekslag, zeg maar. Kortom; de moeder van alle nekslagen. De vraag die gelukkig meestal pas tien jaar na de eerste vraag wordt gesteld: “zullen we de oren ook even ontharen?”

Echt, als die vraag je wordt gesteld sta je met één been in het graf. Maar gelukkig is het nog niet zover. Voorlopig ben ik alleen nog toe aan de fase van het wenkbrauwenruimen.

Kapper ontdoet mij van het laken, laat de stoel weer elektrisch naar beneden zoeven en houdt een spiegel achter mijn hoofd. ‘Bevalt het?’, vraagt hij. ‘En o ja, bijna vergeten.  Zullen we de oren nog even ontharen?’

Geen besmettingsgevaar voor Nederlands Elftal

Veracht Virus,

Nederig verzoek ik u om een uitzonderingspositie voor ons Nederlands voetbalelftal, qua besmettingsgevaar.

Ons elftal speelt a.s. vrijdag een wedstrijd van levensbelang tegen Polen. Zoals u weet, speelt onze selectie in alle delen van Europa, dus zouden ze bij aankomst in Nederland eigenlijk 10 dagen in quarantaine moeten.

Het toeval wil dat het Nederlands elftal drie dagen later wéér een wedstrijd speelt, tegen Italië. Dus u begrijpt dat tien dagen in quarantaine – zoals dringend wordt aangeraden aan alles wat geen speler van het Nederlands Elftal is – geen optie is.

Gezien de belangen van het voetbal in het algemeen en de belangen van het Nederlands elftal in het bijzonder, zou het ons bijzonder goed uitkomen, qua besmetting, indien u een uitzondering maakt voor alle spelers en begeleiders van Oranje.

Wij van de regering – want we moeten dit met z’n allen doen – begrijpen heel goed dat voor niets de zon opgaat. Wij zijn dus met zijn allen bereid, om eventuele besmettingen die mensen oplopen door contact met  spelers van het Nederlands Elftal, voor lief te nemen.  Ik bedoel, het wordt weer hoog tijd dat wij ons voetbal op de wereldkaart zetten, dus een Europees kampioenschap is een must.

Daarom beschouwen wij de door  spelers eventueel besmette mensen als collateral damage op onze levensbelangrijke missie om kampioen te worden.

Tegelijkertijd zullen wij elf maal 390 euro storten op rekening van het Rode Kruis.

Mag ik u bij voorbaat danken voor uw welwillende medewerking namens de gehele regering, het RIVM, de KNVB, de KLM en alle voetballers en supporters van Nederland? Verder ook dank namens de mensen die óók geloven dat Bigfoot bestaat en de maanlanding in 1969 ontkennen.

Namens de voltallige regering,

Minister Tamara van Ark voor Medische Zorg en Sport

Buiten de deur eten

Even buiten de deur eten, zolang het nog kan tot de tweede lockdown.  Samen met mijn hoogbegaafde buurman Oom Jort (die anders heet, maar om voor mij onduidelijke redenen Oom Jort wordt genoemd) kom ik uiteindelijk terecht in een restaurant ergens in Stavoren. We zitten aan een mooie tafel, met uitzicht op een ambitieuze landelijke steeg met veel potentie voor de toekomst.

LEES VERDER EN KLIK HIER

DAN BEN JE DE VOGELGRIEP VOOR

Als ik mijn tuin uitloop, zie ik mijn buurman Wiebe, die lijdt aan het syndroom van schriftelijke gilles de la tourette, in zijn tuin naar de zon staan staren.
‘Heerlijk toch, Painter?,’ zegt hij. ‘Ik heb vandaag papadag. Gelukkig heb ik geen kinderen van betekenis, dat maakt deze dag nóg relaxter, hahaha.’

‘En Monk dan?,’ vraag ik, doelend op zijn vijftienjarige zoon die nu bij zijn moeder in Termunterzijl woont.
Wie? Monk? Heet je nieuwe kat zo? O, by the way, valt jou de rust hier niet op?’

Ik staar hem aan. ‘Eh…rust? Hoezo.’
‘Nou,’ en hij steekt een sigaar in zijn veel te grote bek, ‘ik heb vanmorgen voor honderd euro de viool van mijn buurmeisje van zes gekocht, je weet wel, die van drie huizen verderop.
Niet goedkoop uiteraard maar alles beter dan dat ze erop zou blijven spelen. Trouwens, over violen gesproken. Ik hoorde jou iets met violen afspelen vannacht, wat was dat eigenlijk?’
Die Zauberflöte van Mozart,’antwoord ik.
‘Werkelijk? Heet het zo? Nou, ik vind het meer een naam voor een Duitse porno-acteur. Mee eens?’

‘Het was anders maar gewoon een cd van André Rieu hoor.’
‘Is dat zo?, Paco?’ Wist jij dat André Rieu bij dat kampioenschap van Feyenoord in de Kuip werd gearresteerd?’
‘Nee, Wiebe. Daar heb ik niets over gehoord.’
‘Het is toch echt zo. Hij zat met een stel illegale strijkers op de eretribune. En nu we het toch over Feyenoord hebben. Weet jij wat het resultaat van het kampioenschap van Feyenoord was? Zal ik je vertellen: het resultaat was dat het uitmondde in een feest waar mensen met een full-time baan keken hoe werklozen hun uitkering de lucht in schoten….’

‘Éh..Ik ga er maar eens vandoor, Wiebe. Ik moet even naar de drogist. Vitaminen D3 kopen . Die krijg je normaal gesproken van de zon, maar die zie je hier nog maar weinig tegenwoordig.’

‘Daar heb je een punt, Painter. In december was mijn nichtje jarig. Ze mocht bij mij logeren en wilde graag een frozen dekbed hebben voor haar verjaardag. Dus die heeft die nacht gewoon lekker buiten op het balkon geslapen. Dat snap je zeker wel.’

Ik snap er geen reet van Wiebe,’ reageer ik. Hij trekt zijn wenkbrauw op.

Eentje! Ik wilde dat ik dat ook kon, één wenkbrauw optrekken. Bij mij trekken ze altijd alletwee omhoog.
O ja,’ zegt hij. ‘Als ik jou was kocht ik die vitamine lekker goedkoop bij Action, of zoals ik het zelf liever noem, de rommelmarkt.’ En na die woorden dooft hij zijn sigaar in een overhemd dat aan de waslijn hangt waarna hij de nog na smeulende peuk in het kippenhok van zijn andere buurman slingert.
‘Dan ben je de vogelgriep voor,’ zegt hij met een knipoog.

Je weet dat het geen zin heeft, maar je accepteert. Je kunt weinig anders…


.

Andries, Apostel van Herrn. Dr. Louis Christus Von Gaal

Binnenkort begint de voetbalcompetitie weer. Op tv zie ik een interview met ene Andries Jonker. Hij is tegenwoordig trainer van Telstar. Dan is hij aardig afgezakt, moet ik zeggen. Ooit was hij de rechter- en linkerhand van Herrn Dr Louis Von Gaal bij Bayern München. Tot Von Gaal daar werd ontslagen. Vóór zijn ontslag werd hij in Duitsland overigens fluisterend Herrn Dr. Louis Christus Von Gaal genoemd, maar dat zijn geruchten.

En sinds Herrn Dr Louis C. Von Gaal de leiding bij Bayern München over deed aan zijn apostel, jongeheer Andries Jonker,  die daar toen als interim trainer aan de slag moest, ging het alleen maar bergafwaarts met der Andries. Met Bayern ook trouwens, maar dit terzijde.
Hij werd uiteindelijk trainer van Vfl Wolfsburg en werd daar ook weer ontslagen.

Andries Jonker. Een man die de Duitse taal nog meer dan Von Gaal zelf, een extra dimensie gaf.
Een man met prachtige benen onder een rode korte broek. Een hoofd waarvan je zeker weet; dat is een man van traditie: woensdag een gehaktbal en maandag wasdag. Ook in Duitsland!
Een man die zo mooi kon zeggen: ‘Wie Sie wissen hatte ich eine herzliche Beziehung mit der Louis.’

Zoals gezegd; toen Von Gaal indertijd bij Bayern werd ontslagen, mocht hij – der Andries – het roer overnemen. Hij belde eerst zijn vrouw om raad: ‘wat sal ich doen, Schatz. Ich wil Von Gaal kein dolke in die rükke stechen und…’
‘Zeur niet, Andries. Gewoon doen, ja! We kunnen het geld gebruiken, ja! Bel me niet meer!’
Jawohl, Schatz!!’

Daarna stond der Andries de pers te woord: ‘Von Gaal sagte mir; MACH ES! Dus das doe ich maar. Ich wil von Gaal naturlich nicht zuleur stellen.’

Prachtig toch? Ik snap dat afbranden, toen in de pers van Andries, echt niet. Hij sprak ook zo mooi in de microfoon. Alsof hij iets breekbaars in zijn mond droeg. Een knaagdier dat zijn jong vervoert. Zoiets.

Der Andries werd een hele meneer, dort in die Heimat. En toen ineens, werd de man weer gewoon Andries Jonker. Hij heeft veel later nog een twijfelachtige poging ondernomen zijn gezicht te redden en gesolliciteerd als “Andriesje van alles,” bij Bayern München. Die baan leek op zijn lijf geschreven. Hij mocht dan mannen als Robben, Ribéry, Lewandowski en Thomas Müller voordoen hoe ze een bal moeten ingooien. Daar is Jonker namelijk heel goed in, in voordoen hoe je een bal moet ingooien. In feite nam Von Gaal hem daarom ooit mee naar Duitsland.

Daarnaast was en is der Andries zeer sociaal. Hij zegt bijvoorbeeld de krantenjongen elke ochtend gedag. Dat hoor je weinig tegenwoordig. Bovendien zegt hij ‘dank u’ als hij iets koopt bij de bakker.
Verder zie je hem regelmatig de barbecues van zijn buurman bezoeken. Dan trekt hij zijn oude rode trainingsjack van Bayern aan en staat hij enthousiast met de andere buren mee te juichen en schlagers te jodelen terwijl de buurman een reekalf staat te demonteren in de achtertuin.

Intussen gaat het gerucht dat een korfbalclub ergens in Duitsland hem gevraagd heeft trainer te worden. Zijn “bal-ingooi-techniek” was de club opgevallen en nog niet vergeten.
Wij vroegen hem om commentaar. Helaas kunnen wij de reactie niet publiceren maar er kwamen veel woorden in voor zoals Arschloch en Scheisse.

Mooie woorden kortom. Zinnig en to the point, een echte toptrainer waardig! Daarom houden we ook zoveel van Andries en wensen wij hem succes als trainer van Telstar…

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag